De Madeira Cyclus
“1862 meter boven de zeespiegel”
Covadonga
Ik zit nu al een eindje door het vliegtuigraampje te staren naar het landschap onder, op de eerste rij onderweg naar Madeira. Ik voel me nog steeds die jonge knaap uit het vijfde studiejaar wiens hoofd niet uit de atlas te krijgen was. Kaarten observeren en innerlijke oorlogjes nabootsen. Zonet vlogen we gewis en zeker over Covadonga en de Picos de Europa.
In een andere tijd stond ik er ooit met mijn geliefde aan het meer en we zagen geen meter voor ons, mistige dagen op de top daar. Nu is de hemel er kraakhelder en kijk ik vanuit de lucht. Ik zag Normandië en de Mont Saint-Michel waarna we een eerste keer over de Atlantique en dan de Golf van Biskaje zweefden. En tussen Porto en Lissabon bewonderde ik, eenzaam, de machtige surfstranden van Ericeira, waar ik ook al eens was, een nacht van te veel Portugese wijn, moet ik toegeven, overgeven.
Of nog: de vuurtoren van Nazaré! De zee ligt nu onder me en ik besef dat ik mooie momenten aan elkaar naai met minder koosjere stukjes leven. Verleidelijk achteruit laveren tussen de brokstukken door. Maar dat de Schepper roept, lijkt me nu wel zeker. Het is prachtig.
Ook ik schrijf liederen over kanker
Ik ben je kwijt
Je ademt nu niet meer
Ik ben je kwijt
Je keert nu nooit meer weer
Ik ben je kwijt
Het is nu echt gedaan
Het is heftig en fucking snel gegaan
Ik ben je kwijt, ik ben je kwijt
De laatste weken
Die ziel, die was eruit
Was je opstandig
Interesseerde je het geen fluit?
We zijn je kwijt
Het is nu echt gedaan
Het is heftig en fucking snel gegaan
We zijn je kwijt, we zijn je kwijt
Ik ben je kwijt
Maar wil je dit nog horen?
Ik ben je kwijt
Maar ‘k wil nog graag geloven
Ik ben je kwijt
Het is nu echt gedaan
Het is heftig en fucking snel gegaan
Ik ben je kwijt, ik ben je kwijt
En wat ligt er achter de horizon? In Santa Cruz kan je dat (eeuwenlang) niet vermoeden, niet bevroeden, en toch spoelen er twijgen, takken en bomen aan…
Sé in Funchal
De kathedraal, Sé, in Funchal op Paaszondag. De bisschoppelijke mijter zie je in de verte blinken. We staan achteraan in de rij, op de trappen van Gods Huis. Toeristen, passanten, voorbijgangers aan de eredienst.
Zoete zondaars die Jezus ziedend van de tempelkoer verjoeg in Jeruzalem, aan de Tempel van Herodes. En toch rollen de tranen over mijn onmachtige wangen. In de kerk zingt een dame Halleluja zoals ik dat nog nooit een engel hoorde zingen, en het antwoord van het koor klinkt als uit de hemel zelve. We zijn nog maar enkele uren in Madeira maar het sacrale schuldbesef knaagt bevrijdend diep en de redding is al nabij.
Het pure landschap zal de volgende dagen nog meer zalf op de wonden smeren en één der dagen erna is het alweer koekenbak met hagelslag en bijtende vrieswind op de hoogste top van het eiland, 1862 meter boven de zeespiegel, Pico Ruivo, roodkop, de hoogste piek van een millennia oude ooit vlammende vulkaan, puntje boven de diepe onmetelijke oceaan. Wandelen tegen de ijzige striemen in, door de mist met naast ons het diepe dal, we zien het niet, we kijken richting grauwe erwtensoep waarin de laurierbomen verdwijnen en vliegtuigen niet durven te landen.
En dan de zilte tranen van piratennest Machico, de slapeloze nachten. Maar toch is er ook de zoete smaak van bekoring, van samen oplossingen bedenken, opnieuw beginnen, vergeven, moeilijk vergeten en na Atlantische regen alweer wat zonneschijn. In de vallei der nonnen konden piraten de goudschat niet vinden. In deze cirkel, was het een krater, la caldera, liggen pieken rondom, slechts met de zee verbonden door een kolkende stroom die er vele tientallen duizenden jaren over deed om valleien te snijden. In die vallei, op het vredige kerkhof van het honingrijke Curral das Freiras, komt het verleden naar boven. Jaartallen die levens en leeftijden reveleren, schone herinneringen naar vaders doen opwellen met de nodige zoute tranen en zoete herinneringen. Daar ligt de echte goudschat die geen piraat vinden kan. In de ziel, in de wonden maar ook letters die de liefde kerft in stammen van bomen.
Als naakte kloosterzusters midden een bevlogen opera in de schouwburg van een Vlaamse wereldhaven, de spannende esthetiek van kunst die vragen oproept en even tegen de schenen schopt van een Antwerpse bisschop die tergend graag met het vingertje zwaait alsof het om ongeoorloofde blote tieten gaat maar tevens zedig de handdoek der zwijgzaamheid gooide over de perverte misdaden van zijn Brugse ex-ambtgenoot, een sexueel misdadiger die hopelijk thans wegkwijnt in de diepste krochten van een Franse abdij, gestraft voor eeuwig door de Allerhoogste. Neen, Zeer Eerwaarde Heer Johan Bonny, Johnny voor de vrienden, geef mij dan maar hedendaagse opera, kunst, die durft te schetsen waar waarheid waadt door het zompig moeras van hedendaagse creativiteit. De godvrezende mijter en staf beroeren mij niet meer. De hemelse stem en het prachtige lichaam van de vrouw, de moeder, de bron van leven, de zusters van liefde, wellust en eerbare naaktheid, doen dat wel. Heel zeker. Zelfs Michelangelo zal het met me eens zijn. Staart ge maar even mee, urenlang, naar dat befaamde plafond in de Sixtijnse kapel: erotiek, schuld en onschuld, tucht en ontucht, àlles omvattende en onbaatzuchtige liefde. Daar kijk je van op? Nederigheid moet ons deel zijn.
In de naam van Cristiano Ronaldo
De kopstoot van Zidane
Hand van God de Vader
De held van de Cycladen
Geen woorden geen daden
De kopstoot van Zidane
En paarden langs het water
De held van de nomaden
Het bleiten en het blaten
Kopstoot van Zidane
De sombere gedaante
Een held van de parade
De hel is losgelaten
Ongenaakbaar
Wout wint van die ongenaakbare wereldkampioen, de man die koersen simpel doet lijken. Ze fietsen met zijn tweeën de Roesbeekse wielerbaan op en kleuren de koningin der klassiekers opgejaagd als ze worden door het Nederlandse en Deense kasseiengevaar achter hen.
Het spel van seconden met een keizerlijke sprint in het verschiet. Wij op een terras in Santa Cruz alonder de beruchte luchthaven van het eiland Madeira waar niet elke piloot landen kan. Een dag later, we hadden al thuis moeten zijn. Gekluisterd aan het kleine smartphone-scherm met een halve liter bier bij de hand schreeuwen we de Belgische hoop in bange dagen naar de overwinning. De Portugezen, Britten en Duitsers rondom ons snappen er niets van.
De waard komt even poolshoogte nemen. Is het WK Voetbal al begonnen dan? “Oh, cycling”, draait de cafébaas met de ogen. Godsdienst zal hij bedoelen toch wel zeker? Rare jongens, die Madeirianen. Van Aert klopt Pogacar. Once in a lifetime. Dus de wereld staat even stil, niet? In Secteur Dix-Sept in het hartje van het Meetjesland viert de meute feest. Ook dat mogen wij, Wout en ik, meemaken. Live, op het kleine scherm van onze zakjapanner. Ondertussen wachten we op de Transavia-vlucht die noodgedwongen overnachtte op Gran Canaria. Zo complex kan het leven zijn.
Vluchter die ik ben
Ik ben een vluchter, al weet ik niet altijd waarvan ik wegloop.
Ik heb soms pijn en ik kan dat niet altijd duiden.
Drinken is dan mijn meest negatieve ontsnappingsmiddel en
ik heb daar geen verklaring voor.
De smartphone is er ook zo één.
Ik tracht voortaan te focussen op enerzijds niet-vluchten
En anderzijds veel positievere ontsnappingsmiddelen zoals schrijven, lezen, reizen, in de tuin of keuken bezig zijn.
Met mijn liefste wandelen en fietsen
Voor me uit staren en niets doen.
Levada do Norte
Het woordje leven kruipt in de Portugese naam van het pad en een levensader is het ook. In 1419 zetten de Lusitaniërs hier voet aan wal, de start van een bescheiden wereldrijk in de schaduw van het machtige Spanje en het Heilig Roomse Rijk, ooit bestuurd vanuit Yuste door de Gentse geniale gek Keizer Karel. De eerste stap naar een zeevaarders-imperium dat onder andere Brazilië, Macao, Goa, Oost-Timor, Mozambique, Angola en de Kaapverdische Eilanden aan elkaar rijgt. Magellaan, baby!
De Levada do Norte in Madeira ligt straf genoeg in ten zuiden van het autonome eiland Madeira en biedt in een impressionante baai zicht op de hoofdstad Funchal en de Ilhas Desertas die wij een vakantie lang voor Porto Santo hebben gehouden, onwetenden die wij zijn. Een levada doet inderdaad leven en wel daarom: het zijn horizontale paden in een landschap van vruchtbare terrassen. En die horizontale paden liggen er niet voor ons, argeloze Vlaamse wandelaars, maar eerder om het water heel langzaam van de helling te laten glijden, dwars op de kolkende stromen die het overtolllig regenwater aan een duizelingwekkende snelheid terugschenken aan de zee. Een technologie die de Portugezen tijdens diezelfde Bourgondische periode al eeuwen aan het toepassen waren sinds de Grieken en de Romeinen het Iberische schiereiland koloniseerden en, tussen aanhalingstekens, beschaafden met wiskunde, sterrenkunde, hydrologie, scheepvaartechnologie, landbouwtechnieken, mijnbouw en oorlog. Life is a bitch.
Omdat tijdens onze reis de toeristische toppen en platgetreden paden van 1.200 meter boven de zeespiegel dicht gebetonneerd zijn door mist, wind, regen en levensgevaar zochten wij noodgedwongen plekken op tussen 0 en 500 meter boven de zeespiegel en dat heeft ons bepaald geen windeieren opgeleverd om even een slechte mop ertussen te gooien. Hier in het zuiden, verscholen achter die hoge pieken die ooit door vulkanisch geweld werden gevormd, bereikt de zon de tuinterrassen van de gewone man in de Madeiriaanse straat. En als eenzame onverlaten, ver weg van het massatoerisme, wandelen wij in de achtertuin van het Atlantische eiland, het goddelijke paradijs dat Neptunus aan ons, aardwormen, heeft geschonken.
Hier groeien de bananenbomen, die eigenlijk geen bomen zijn maar jaarlijks opschietende reuzenplanten die boven de grond sterven na het afleveren van een tros gele zoeten-vruchten. Hier groeit mango en avocado. Maar ook salade, spruitjes en citrusvruchten. En daartussen, ik heb het er nog niet over gehad, overal bloemen: geraniums, daslook, tulpen, narcissen, boshyacint en agapantus. Noem het op en het bloeit op Madeira. Bloemeneiland, de Levado do Norte leert me dat dit niet overdreven is. Ik had het al gezien in de parken van Funchal en Porto Moniz. Maar wie door de terrascultuur van het eiland doolt, krijgt de mooiste bloemenpracht te zien. God bestaat en Hij leeft in Madeira. Tussen de laurierbossen en de eucalyptusbomen. Ergens. Maar als ge het vliegtuig neemt, is het nooit zeker wanneer ge er aan komt of wanneer ge vertrekt. Keep that in mind. Zo heeft Hij het gewild.
Enkele dagen ervoor hadden we het geluk om, in volle zon, de vallei der nonnen te mogen bewonderen. Ook daar schitterende bloemen en indrukwekkende natuur. Toen we onze staptocht aanvatten, is het zoeken naar de nauwelijks aangeduide startplek en na driehonderd meter Levada lopen we opnieuw banaal op straat. Dit komt niet goed, denkt het hele gezin. Maar nog eens driehonderd meter verder start het échte avontuur en zijn we voor velde kilometers vlakke voetweg vertrokken langsheen de zuidflank van het bloemenparadijs midden de Atlantique. We blijven constant op 500 meter boven de zeespiegel en de tocht eindigt op de Cabo Girão, waar de toeristische industrie een glazen plateau heeft aangebracht om even wat hoogtevrees aan te wakkeren bij de vele Duitse en Britse bezoekers die het eiland teisteren met massaconsumptie en veel te luide gezelligheid. Voor een luttele twintig euro gaan we er ook even tussen staan, integere Madeira-bezoekers die wij zijn. Voor één keer. Mag het? Het is altijd de andere, mijnheer, die het verkloot. Maar wij bedoelen het goed. We komen zeker terug. Beloofd.
Op de terugweg worden we geholpen door een taxichauffeur wiens batterij leeggelopen was en die daarvoor naar zijn baas moest bellen. Aan het telefoontoestel te horen kon de chef er niet mee lachen. Eens de motor aan de praat, kon de taxichauffeur ook niet meer zwijgen. Zo’n 30 minuten lang. Wat een babbelgat. Hij vertelt ons het verhaal van twee bosbranden. Bosbrand 1 lieten ze, de toeristische industrie, net zo lang gaan tot er ruimte genoeg was voor een golfterrein. Een absurd idee om op zo’n rotsblok Madeira een golfterrein te willen, opperen we. Het ligt er nog niet, maar onze vriend, de onhandige taxichauffeur is er niet gerust op. Dat brengt ons op bosbrand 2, bovenaan de reeds genoemde en geliefde Nonnenvallei, de Curral das Freiras, waar ‘men’ het lang genoeg liet branden om een kabelbaan te kunnen installeren boven deze prachtige vallei. Alweer een totaal nutteloos project, opperen we. De vallei is prachtig zoals ze is. Ook de lift is er nog niet. Maar de boodschap is duidelijk: een diamant is in gevaar. Toerisme is niet altijd en niet overal een zegen. En zo gaan we peinzend naar huis. De wereld is nog niet om zeep, maar het scheelt niet veel.
Peter Presentator, Porto Santo
Het moment dat woorden wapens worden en het schieten stopt,
begint de vrede waarnaar wij verlangen.
Een woord heelt, of strijdt.
Maar verlegt ’s lands grenzen niet
Een woord slaat en zalft.
Maar woorden doden niet.
En je mag er zonder schaamte op terugkomen.
Maar dat hoeft niet,
dit is een vrij land.
Een woord van liefde,
de kus van Sneeuwwitje,
warm gebaar,
eerlijke songs,
niet te veel show,
Pico Ruivo, 1862 meter
Woorden, wensen, wemelingen, …



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!