Interview met Goes en Micha in 2012, Rock ‘n’ Roll Niemandsland

Michel Goessens (Aardvark) en Micha Vandendriessche (Drummer, toetsenist): “Wij tegen jullie”

Aan de frituur rechtover het kerkhof in Sleidinge haal ik Michel Goessens van Aardvark op. Eén van mijn helden. Al weet ik ook wel dat idolatrie een belachelijke hobby is. Maar het hoort wel een beetje bij rock’n roll, vind ik. Ons reisdoel is duidelijk: Ronse. De reisweg compleet onduidelijk. Whatever. Ik zit met Michel in de auto. Ik verveel me geen moment. En de reis gaat naar Micha Vandendriessche, mijn maatje. Twee aparte muzikale verhalen, die af en toe samen sporen. En ik? Ik voel me bevoorrechte getuige. Twee helden uit mijn achtertuin. Waarvan één de vlucht naar de Vlaamse Ardennen heeft genomen. Niet zo zot ver van waar Jasper Steverlinck woont, trouwens. Maar daarover straks meer.

Micha woont er bucolisch, moet ik zeggen, daar in het buitenaardse Ronse. ‘La petite France’ noemen ze deze streek. De picknick staat er nog op tafel. Het flesje wijn, de geitenkaas, een profiterolleke. Carpe diem. Had ik iets anders verwacht? Michel Goessens is de jongen van mijn dorp die met Aardvark een indrukwekkend muzikaal project uit de grond heeft gestampt. Inhoudelijke meerwaarde, artistiek to the point, teksten die aangrijpen. Alles wat me aangrijpt in muziek.  Micha is dan weer de muzikale duivel-doet-al en één van de weinige mensen die ik goed ken die ooit op Rock Werchter hebbengespeeld. Ik heb dat concert gezien. Laten we beginnen bij het begin.

Van Invoice tot Eskimo

“Als zestienjarige kon ik mee naar een concert van Wah Wah, een postpunkformatie uit Sleidinge”, vertelt Michel Goessens. “Als roadie voor Kurt De Blaere, de enige in de streek met ritmeboxen, sequencers en synthesizers. Tijdens de soundcheck pingelde ik wat op Gerrit Van Hecke zijn gitaar en voor de haan driemaal kraaide werd ik ingelijfd. Als gitarist.” Wah Wah bestond al een tijdje. Met Gerrit Van Hecke, Marc Verslycke en Jan Ghysbrecht. Drummer Tony Meiresonne speelde er toen al niet meer bij. Gerrit Van Hecke speelde ooit in de groep bij een overleden nonkel van de Cats in the Attic-bassist Nico De Bleye. Sleinse punkgeschiedenis. Net als Wah Wah. De groep stierf een stille dood. “Op dat ogenblik werd Invoice boven de doopvont gehouden. Wij speelden ons eerste concert tijdens het reeds lang verdwenen Belgian Rock Concours, een te duchten concurrent voor Humo’s Rock Rally. Met Kurt De Blaere op synth, Marc Verslycke op bas en Pat Vermeulen (The Paranoiacs) op drums.”

Na heel wat wissels en verschillende muzikale watertjes doorzwommen te hebben, zag Eskimo het levenslicht. De bezetting? Bassist Luc Soetaert (won in 1988 als gelegenheidsbassist samen met Ze Noiz Humo’s Rock Rally), drummer Luc Verhé (die met ‘Vibø Plastic’ en ‘Betty is a Bitch’ heel wat potten brak) en gitarist Pat Mo (van de legendarische bluesformatie Dirty Fingers) “A match made in heaven”, noemt Michel het. Eskimo won Kort Gerockt met finale op de Gentse Feesten. “En Eskimo speelde op heel wat festivals doorheen het Vlaamse Land. We haalden zelfs het groot podium van de Lokerse Feesten.” Muzikanten kwamen en gingen tot uiteindelijk ‘Beaver Junkie’ als powertrio overbleef. “Ik blijf dat een machtige groepsnaam vinden”, lacht Michel.

Kaya met Jasper Steverlinck

In die periode raakte een heel jong manneke in de ban van rock’n roll. “Ik zat in het vijfde middelbaar in 1990”, vertelt Micha. “Mijn vriend Bart Van Hoorebeke had een gitaar gekocht. Ik wou een drum kopen. Mijn eerste stapjes in de muziek. Kacheena heette deeerste band. Eén keer opgetreden bij de scouts in Evergem. Ik zat samen op school met Nico De Zutter, in Glorieux Oostakker. Nico had een basgitaar en hij kende twee gasten uit de school HIGRO in Mariakerke: Kristof Van Driessche en Jasper Steverlinck. Kristof had ik wel al eens gezien. Jasper kende ik helemaal niet. De deal was dat Kristof zou drummen, Jasper zou zingen en gitaar spelen, Nico zou bassen en ik speelde toetsen, geleerd op de oude hammond van mijn vader. Ik heb me dan zo’n Casio-ding gekocht. Eigenlijk konden we alle vier niets. Of toch bitter weinig. Kaya was geboren. En ik onderhield mijn drumspel bij een obscure hardcore punkgroep waarvan de zanger nooit wou optreden.”

Maar Kaya liep wel als een trein, niet in het minst door de indrukwekkende stem van Jasper. En de ongedwongen muzikale inzet van de drie anderen. “Twee repetities per week en zoveel mogelijk optreden.” Gouden tijden. Ik was fan. Jasper zong toen al als een engel. Kristof, Nico en Micha groeiden in hun rol, maar niet snel genoeg voor het talent dat Jasper is. De stap richting Arid zou niet lang op zich laten wachten. Wat er ook van zij, uit Kaya zijn vier puike muzikanten voortgekomen. Vier mijnheren.

Engels of dialect?

Aardvark ontstond door toedoen van drie belangrijke gebeurtenissen in het leven van Michel Goessens. “Ten eerste mijn ontmoeting met muzikale bloedbroeder Werner Dumez, toenmalig zanger/ harmonicaspeler van Dirty Fingers. Ten tweede een stom verkeersongeluk waardoor ik de rest van mijn dagen verplicht werd om op een stoel te zitten tijdens het performen. De derde bepalende gebeurtenis in mijn leven heeft meer weg van een aha-erlebnis. Had te maken met het theaterstuk ‘De drumleraar’ van Arne Sierens met Marijke Pinoy en Jan Steen. Het hoofdpersonage is op tournee door Engeland en belandt met zijn camionette in de sloot. Hij weet niet hoe hij een takeldienst moet opbellen. Zingen in het Engels, dat ging dan wel. Maar praktisch iets regelen, ho maar. Dat was een stuk ingewikkelder. Op dat moment vielen ‘de schellen’ van mijn ogen.” Er zijn nog enkele Engelstalige Aardvarknummers gevolgd. Maar dat heeft niet lang meer geduurd. “Niet lang daarna heb ik al mijn Engelse teksten ritueel verbrand”, grinnikt Michel. “Ik ben als een indiaan rond het vuur gaan dansen en ik wist dat zingen in het ‘Sleins’ voortaan mijn roeping was. Het onderwerp van mijn liedjes is niet zodanig radicaal gewijzigd. Maar in het dialect bekt het beter. Ik heb het gevoel dat ik de mensen beter kan raken. In Holland of Limburg hoeven ze niet alles te snappen om te weten waarover het gaat. De boodschap komt over.”

AncienneBelgique

Volgens Michel kreeg Aardvark het mooiste compliment van Kimmie Rhodes, buurvrouw van Willie Nelson. Zij zei na een Aardvark-concert dat ze niets had begrepen van de teksten maar perfect had aangevoeld waarover het ging. “You can feel it comes from the heart.” Michel Goessens had zijn muzikale richting gevonden. “Ik moet zeggen dat de Nekka Finale wel de doorbraak betekend heeft. We werden laureaat van de Kleine Avonden-tour en wonnen de AB-prijs. Een prijs die de toenmalige directeur Jari Demeulemeester van Ancienne Belgique in Brussel daar ter plaatse uit de hoed toverde om ons persoonlijk te kunnen lauweren. Dat heeft een ‘boost’ gegeven. De samenwerking met mijn maatje Werner Dumez, zanger-mondharmonicaspeler, sloeg gensters. Niet in het minst omdat onze stemmen echt op elkaar ‘blenden’.” Micha beaamt. “Klasse, hoor. Die twee. De verhalen van Michel, de klik met Werner en het dialect. Het past allemaal zo vlot samen. Chapeau.”

En zo kwam Micha ook in het verhaal terecht. Met Aardvark deLux breidde Michel zijn groep sporadisch uit tot een achtkoppige band waarvan Micha jarenlang vaste drummer was. “Ik leerde Michel kennen bij de Zes Van Gent waar we vaak kwamen kijken. Onder andere in Tierlantijntje in Belzele. In de loop der jaren fantaseerden we vaak over een eventuele samenwerking. En met een eerste opname van Aardvark was het zo ver. Zo ben ik bij Aardvark deLux terechtgekomen. Ondertussen speel ik niet meer bij Aardvark & De Zandmannen. Maar we hebben toch samen een criminele tijd beleefd. Musiceren op hoog niveau, zonder al te veel ‘moeten’ en ‘dwang’.” Aardvark heeft zijn stempel gedrukt, niet alleen op het Gentse maar op heel Vlaanderen. En het aantal copycats is ondertussen niet te  tellen. “Maar Michel en Werner mogen zich pioniers noemen”, besluit Micha.

Eddy Wally

Een absoluut hoogtepunt in de gezamenlijke carrière van Michel en Micha was het optreden in het Sportpaleis, ter ere van 75 jaar Eddy Wally, onze bekendste muzikale streekgenoot. “Eens je op dat podium staat voor 10.000 mensen geeft dat toch een enorme kick”, zegt Michel. “Wij tegen jullie. Dat gevoel”, lacht Micha. “Dat was toch even schrikken. Je mag geen enkele fout maken. Het moet allemaal kloppen. Dat maakte ik ook mee met Thou toen we één keer in Werchter en twee keer op Pukkelpop mochten optreden. Toch een apart gevoel, moet ik zeggen. En toch. Voor je het weet is het voorbij. Dat gevoel maakte ik ook mee met De Laatste Show, waarvoor we een week lang de muziek mochten verzorgen met ’t Schoon Vertier.”

“Zal ik eens wat zeggen?”, komt Michel tussen. “Natuurlijk onthou je een passage  in het Sportpaleis. Maar ik speel net zo graag en zo intens in iemands huiskamer. Ook daar beleefden we met Aardvark fantastische hoogtepunten. Als ik iemand echt emotioneel kan raken met mijn verhalen. Dat maakt muziek maken zo interessant. Net als de vele ontmoetingen met klasse-muzikanten op mijn pad zoals Ht Roberts, Gijs Hollebosch, Niels Delvaux, Mario Vermandel en Jan Borré waarmee ik nu Aardvark & De Zandmannen vorm. Ik heb wat dat betreft al heel veel geluk gehad.” Geluk dwing je af.

Rios

Ik wil ook even het verhaal horen van Micha en Gabriel Rios. “Gaby?”, lacht Micha. “Dit geloof je nooit maar ik leerde Gaby kennen via de Evergemse rockformatie Fobia. Luce Beule van Fobia had een kleine Puertoricaan uitgenodigd om de repetitie bij te wonen. Gaby heeft ook effectief(heel eventjes maar) gespeeld bij Fobia.” Fobia is de Meetjeslandse groep die mag prat gaan op het hoogste ‘sex, drugs & rock’n roll’-gehalte vind ik zelf. Klassegitarist die Luce Beule, maar volgens de legende geen land mee te bezeilen. En Fobia, dat is veel legende, veel mythe, veel caféwijsheid in één band.

“Ik vond het wel tof om daarbij te spelen. Luce was mijn buurman in Belzele en ik vond hem te gek. Ik heb hem enkele keren op mijn eigen toilet teruggevonden, omdat hij te lui was om zelf om WC-papier te gaan naar de winkel. Zijn siersparren reikten tot in de blauwe Evergemse hemel. Als je van Spinal Tap wil spreken…” Tussen dat zootje ongeregeld ontmoette Micha dus Gabriel Rios. “Gaby was op zoek naar een muzikaal verhaal na Nothing Bastards, zijn eerste band. Ik werd toetsenist en percussionist bij L-Santo. Gabriel Rios was een supertalent. En dat is de jaren erna ook gebleken.” Nog zo’n topper waarbij Micha een muzikale rol speelde. Jasper Steverlinck, Aardvark, Gabriel Rios, Anton Walgrave, Tom Wolf, An Pierlé, Satellite City, Thou. Indrukwekkend rijtje voor een muzikant uit onze achtertuin. En dan ben ik nog iets met Roos Van Acker vergeten, denk ik.

’t Schoon Vertier

Die voortdurende samenwerking met klassebakken bracht Micha tot de conclusie dat hij ook zelf als songwriter meer aan de slag wou. Met ’t Schoon Vertier heeft hij de Gentse fanfaremuziek,l compleet dood,  nieuw leven ingeblazen tot een modern concept met topmuzikanten. “Ik speel graag muziek en de dienende rol is best leuk. Maar zelf schrijven aan je nummers en een muzikaal concept uitwerken is toch het allerhoogste. Bovendien had ik in andermans project soms het gevoel een geldspeler te zijn. Dat geeft ook druk want fouten worden niet geaccepteerd.”, aldus Micha. En kijk, ook daar bij ‘t Schoon Vertier ging Michel een tijdje de troepen versterken. “Leuk, maar ik heb van mijn focus op Aardvark dan toch op een bepaald moment een prioriteit gemaakt. Even goede vrienden weliswaar.”

Op de terugweg praten Michel en ik nog wat na. Of ik naar ’t Zesde Metaal al geluisterd had. Dat nummer ‘Ploegsteert’ over Frank Vandenbroucke. Mega. Ik hoor Aardvark. Meer bij Wannes Capelle dan bij andere ‘dialectrock’ zoals Flip Kowlier en aanverwanten. ‘Kleine’ Wannes vertelt ook echt. Net zoals de ‘Grote’ Wannes trouwens. En net zoals Aardvark. “Meen je dat echt? Allez bedankt.” Met een
Waalse ventenkus nemen we afscheid.

(uit het boek ‘Cirque Constance’s Rock ‘n’ roll Niemandsland’, 2012, tekst Bart Van Damme, productie Tim Bottelberghe, artwork Jos Notteboom, fotografie Dominiek Claeys, eindredactie Pablo Smet)

Niet lang na dit interview in 2012 besloot Michel Goessens om helemaal solo te gaan en kwam een einde aan de jarenlange samenwerking met Werner Dumez. Nu toert Michel als Goes (of Goes & De Gasten)  ononderbroken door Vlaanderen. In begeleiding met zijn zoon, de drummer Natan Goessens, kletst de magie bij wijlen van de muren in de diverse theaterzalen die zijn aandoen. Hij is zelf geen fan van Bob Dylan maar als er iemand zich de bijnaam ‘bard van het Meetjesland’ mag aanmeten, dan toch M’zel ‘Goes’ Goessens.