Hansje en Grietje bij de Habsburgers (Deel 2)
Niet meteen Praag uit het raam gooien!
Dat we met Tsjechische Kroon moeten betalen. Nooit bij stilgestaan. Zelfgenoegzame West-Europeanen zijnde, denken Hansje en Grietje dat alles in Euro kan geregeld worden. Niet dus, in het eerste Tsjechische stadje Děčín die we via het wonderlijke Sächsische Schweiz binnen bollen, nog steeds op zoek naar de bron van de Elbe. Onderweg een landschap van tafelbergen dat ons een eind in Tsjechië blijft begeleiden. Een ander land, een nieuwe wereld. Onmiskenbaar beïnvloed door de Habsburgers maar allemaal iets meer hoek af, slordigheidje hier en daar, een geveltje die dringend dient gerenoveerd te worden wat waarschijnlijk nog een tweetal decennia op zich zal laten wachten. Ik word er zowaar rustig van. Eens op de autostrade veel minder van dat alles, gloednieuw wegdek, veel industrie en nieuwe bedrijfsgebouwen onderweg. De nieuwe Europese welvaart zuigt ons naar Praag. Zelfgenoegzaam?
Wippelgem Kermis
Defenestratie
Dag nadien. Praha City Bike. Fietsen veilig. Hoofd op orde. Naar de burcht, via de Karelsroute over zijn brug. Waar Kruisridders uit onze contreien zich richting Jeruzalem begaven. Waar koningen de Kroon in de Sint-Vituskathedraal tot zich namen. Waar Sint-Joris een basiliek heeft. Onze Sint-Joris. Mijn Sint-Joris. De Drakendoder. Die van Sleidinge. En van Cappadocië. “De Turk die niemand stopt”, zingt een belangrijke zanger tussen Gent, Brugge en Breskens. Geen wonder dat Praag nooit vernietigd werd. Met zo’n citadel en zo’n patroonheilige. In de Basiliek ontmoet ik ook Santiago. Hij weer. De brave hoer ontdoet zich van haar sluier. De pracht ontluikt en ik slik nederig. Je mag een stad niet meteen uit het raam gooien, vind ik. In de burcht leren we het zijkamertje kennen waar edelen wiens lippen te los staan, uit het raam werden geduwd. De term defenestratie, ‘hors de la fenêtre’, komt ervan. Ik kan er de laatste maanden van mee spreken, ik ken een ivoren toren aan Brussel-Noord waar men er zich ook aan bezondigt, figuurlijk dan. En in Sint-Petersburg… Maar dat zou ons te ver leiden. Wat er ook van zij, Praag was te veel om te vatten in één moment. Praag laat zich ontdekken en dat heeft tijd nodig. Beklijvend was het nog niet. Dat komt. Franz Kafka knikt tevreden.
Diaspora
We staan aan de Moldau. De wijk Josefov was voor Hitler een bloeiend Jodenkwartier: ooit ghetto in de middeleeuwen maar de verlichte Oostenrijkse despoot Jozef II, die kennen wij in Vlaanderen en zelfs in mijn dorp bij de familie Lehoucq waar hij ooit sliep, maakte er een soort Cordoba aan de Moldau van. Een plek waar katholieken en joden moeiteloos samenleefden en de basis schiepen voor het kosmopolitische Praag van vandaag. Bijzonder vond ik het om de jonge twintigers uit de hele wereld en van alle kleuren en gezindten te zien genieten van deze Habsburgse metropool en Tsjechische trots. Wild idioom uit de USA, heel Europa samen, diaspora van rijkelui, geïnteresseerde jonge moslima’s met een hippe sluier en witte sportschoenen, zatte rumoerige studenten, punkers met wilde tatoeages, black metalfanaten en Heideroosjes. Het swingt de pan uit. Het vroegmiddeleeuwse Granada waar ik eerder al zoveel over schreef, quoi. Utopia. In diezelfde wijk Josefov kochten we een kaartje voor het Joods museum en het wereldberoemde kerkhof. We bezochten vier synagoges uit vier verschillende tijdperken. Keiharde confrontatie met de Shoah en het vernietigen van de Joodse cultuur in deze prachtige wereldstad, zoals de nazi’s dat ook koudweg hebben uitgevoerd van Thessaloniki tot Amsterdam. Weerzinwekkend. Dat al die Joodse relicten in Praag er nog zijn, is te wijten aan het macabere feit dat de nazi’s op deze plek een museum wilden oprichten van een uitgestorven ras. Hoe ziek kan mensheid zijn? En, het zal aan mij liggen, bij het bekijken van de fotografie door de Tsjechische fotograaf Karel Cudlín over zijn veelvuldige bezoeken aan het land Israël, stel ik me de vraag of apartheid en een resolute keuze voor wreedheid in het Midden-Oosten ons vooruit zal helpen. Ambigüe gevoelens. Ik had liever veel minder van termen als Hebron, Gaza en de Straat van Hormuz gehoord. We voeren de verkeerde, even zieke, strijd, Benjamin en Donald, alweer.
Havel
De avond valt en we wandelen naar een voormalig slachthuis waar Praag, naar het voorbeeld van voormalig slachthuis Matadero in Madrid of zoals in Dok Noord, het vroegere ACEC, in Gent: rauw industrieel verleden omgetoverd tot beleving, muziek, eten en drinken. We eten in SKÔ, waar we in de hoofdstad van Tsjechië proeven van het beste wat Slovakije te bieden heeft. Tsjechoslowakije op het bord, met een vleugje Sergio Herman en show erbij. Ik denk toch nog dat het kosmopolitische verleden van een utopisch vredig Granada, Thessaloniki en vroegmiddeleeuws Brugge binnen het verschiet moet liggen, hier in ons Europa. Alle Menschen werden Brüder. In de geest van Václav Havel. Ik richt mij tot een Allerhoogste en ik bid daarvoor.
Het is uiteindelijk vanuit de citadel Vyšehrad op de rand van de stad dat ik helemaal lucht krijg van de omvang van Praag, niet te vatten in haar schoonheid. We drinken koffie in Hotel Paris en kuieren door de wijk van de Kruittoren waar Art Nouveau en Art Déco zich als zus en broer ontluiken richting cultuurliefhebber. Alles ademt hier theater en klassieke muziek. We fietsen terug langs de Moldau en we zien het gebouw Fred & Ginger staan, een allegorie van de Canadese architect Frank Owen Gehry. Een moderne knipoog richting Gaudí. We omarmen elkaar. Hansje en Grietje kunnen met een gerust hart gaan slapen.




Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!