Hansje en Grietje bij de Habsburgers (Deel 3)

Wenen om Klimt, Kokoschka en Egon Schiele

Zwemmen in de Donau. En de laatste pagina’s van 926 in ‘Het Leven van Gisteren’ door Stefan Zweig. Wenen is het meest verplichte station op zoek naar de Habsburgers. De dynastie stamt al uit de 11de eeuw maar komt in het vizier wanneer Maximiliaan van Oostenrijk trouwt met onze Maria van Bourgondië, tragisch jong en bloedmooi omgekomen ergens bij Lichtervelde door een jachtongeluk. Kleinzoon Keizer Karel, dé Keizer Karel, zal de laatste Bourgondiër en ook één van de eerste Habsburgers zijn die strak over het rijke Vlaanderen regeert. Hij is meteen ook keizer van het Heilig Roomse Rijk, dat kleurenpalet van staatjes en vorstendommen waar de Habsburgers altijd een belangrijke rol te spelen hebben. Dat trouwt onder elkaar, dat vogelt zich de toenmalige wereldmacht bij elkaar en bepaalt onze toekomst. De islamitische sultan Süleyman de Prachtvogel drong diep door in Centraal-Europa en belegerde in 1529 zelfs Wenen. Karel wist de Ottomanen terug te dringen en startte tegenaanvallen in Noord-Afrika, zoals de verovering van Tunis. Maar dit geheel ter zijde. De laatste Habsburger die bij ons de lakens komt uitdelen is de keizer-koster Jozef II eind 18de eeuw, alvorens Napoleon ons leven komt verzuren. De bijnaam van Jozef verwijst naar zijn enorme regeldrift en zijn constante bemoeienis met de kleinste details van de katholieke kerkorganisatie. Jozef II was een schoolvoorbeeld van een verlicht despoot. Zijn motto was “alles voor het volk, niets door het volk”. Hij wilde de samenleving moderniseren en rationeel inrichten. Daar dromen we allemaal eens van, maar daar komt niets goed van. Ik ken er zo nog, vertrouw me. Het schetst alleszins wel wat voor een stad Wenen is. Perfect georganiseerd, zoals heel Oostenrijk eigenlijk. En met de blik op de wereld. Veel kerken. En een Hofburg, ooit keizerlijk paleis, dat gigantisch groot is en de stad overheerst, omklemt bijna. 

Neue Donau

We rijden Oostenrijk binnen langs Tsjechische boerenwegen. Gewoon, omdat een mens op de autostrade een land moeilijk kan lezen. Geen sporen meer van het IJzeren Gordijn. Het eerste Oostenrijkse stadje Raabs an der Thaya levert ons al het zicht op een sprookjeskasteel op. Al was ook de Tsjechische zijde van de grens niet mis: in Telč wandelen we door één van de mooiste pleintjes van het land en moet ik denken aan Atrecht, die oude Vlaamse middeleeuwse stad in het noorden van Frankrijk. Een middeleeuwse gevelrij om u tegen te zeggen. Een ervaring. Hoe dichter bij Wenen, hoe groter de wegen en hoe meer je het gevoel krijgt op het kruispunt tussen het Oosten en het Westen in Europa te zijn aangekomen. Onze eerste avond brengen we door aan de Neue Donau, een open zwemplek waar ze in Vlaanderen alleen maar kunnen van dromen. We slapen in een hypermoderne toren aan deze machtige rivier die ook Ulm, Bratislava, Boedapest, Vukovar, Novi Sad en Belgrado aandoet en tot aan de Zwarte Zee reikt in Roemenië. Wenen heeft hier op de puinen van beide wereldoorlogen een nieuwe stad neergepoot en het geeft hier heel erg het gevoel op één van de meest welvarende en kosmopolitische plekken van Europa beland te zijn. Ik ken Scandinavië niet maar ons rijke Vlaanderen en buurland Nederland heel goed. In Oostenrijk is het goed toeven, dat kan niet anders. Hier geen arme en schooiende mensen op straat. We kunnen dus nog beter, qua welvaartsniveau in onze Noordzee-regio. 

Tijd om de wereld van Klimt in te duiken. Met de woorden van Stefan Zweig en de noten van Beethoven in het achterhoofd leren we de Jugendstil Karlplatz-paviljoenen van Otto Wagner kennen en even verderop houden we halt aan de Secessionsgebaüde waar we een eerste keer oog in oog staan met Gustav Klimt. Zweig start zijn verhaal met het vooroorlogse Wenen, dit wil zeggen het Wenen van eind de 19de eeuw tot 1914 en alle dromen uit zijn jeugd die uiteenspatten. Merkwaardige periode, merk ik meer en meer. Een boek van mijn buurjongen, filosoof Jan Verplaetse, opende mijn ogen. 1850-1914. Op het werk trachten we De Eecloonaar uit die periode gedigitaliseerd en makkelijker raadpleegbaar te maken. Het is de periode van Arm Vlaanderen, mislukte oogsten, ultramontanisme versus liberalisme, neogotische kerken die als paddenstoelen de grond uitschieten en een tegenbeweging die zich vormt van interessante architecten, beeldhouwers, kunstschilders, poëten, denkers en wetenschappers. Het volk lijdt honger, de elite beleeft dolle tijden. Is er geen geld dan drukken we er toch gewoon bij? Weinigen dachten dat het ooit ging stoppen, getuigt Zweig. Tot die moord op Franz Ferdinand in Sarajevo. Die dynamiek was in Brussel en Antwerpen voelbaar, maar zeker ook in Wenen als hoofdstad van het stille maar gewaardeerde Oostenrijk-Hongarije, tussenrijk richting de Ottomanen en de Russen. De te overbruggen afstand om tot in Arlon te geraken met oorlogsgeweld. Maar voldoende internationaal om voelsprieten te hebben tot in New York en Moskou. 

Volkscultuur

In die vormgeving loop ik dus rond. Hierop is het hedendaagse Wenen gebouwd. Vooruitgangsoptimisme. Levensgevaarlijk, dat zien we tegenwoordig alle dagen op TV. We mogen de wereld en de slaapkamer van Sissi betreden en op Belvedère wandelen we tussen Gustav Klimt, Vincent Van Gogh, Claude Monet, Egon Schiele en Oskar Kokoschka. De Kus van Klimt wordt er bewonderd als Mona Lisa in Parijs en net als in Parijs zijn het juist de werken die er in de directe omgeving van hangen, die Klimt nog belangrijker maken dan hij al is. Tip: loop niet zomaar die zaal uit! We fietsen door lange lanen en op uitstekende fietspaden, want ook daar heeft de stad een streepje voor op veel andere Europese steden. In Vlaanderen en Nederland zijn we op dat vlak wel wat gewoon, maar de Oostenrijkers hebben het goed voor elkaar. Ik waan me ook veilig bij het stallen van mijn fiets op de daarvoor voorziene plekken. Ik weet niet waarom, maar het plaatje klopt hier precies net iets beter dan bij ons. Maar Zweig leert me dat het niet al goud is, wat blinkt. Na de Eerste Wereldoorlog en het Verdrag van Versailles spatte Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. Met de Vereniging voor Volkscultuur in Eeklo haalden we het duistere verleden van de Hongaarse kindertreinen uit de jaren ’20 naar boven maar blijkbaar hebben ook Wenen en Oostenrijk zwaar geboet voor de ambities van Der Kaiser en de Pruisen tijdens de oorlog van ’14-’18. Ook hier in Wenen was de armoede niet alleen op straat voelbaar maar moest de elite vluchten of rondkomen met kleine beetjes. In die periode kwam de Joodse gemeenschap meer onder druk te staan en twintig jaar later ontploft ook die bom: Adolf Hitler vernielt waarvan niemand dacht dat het te vernielen was, westerse waardigheid. Is er iets nieuws onder de zon?

Landschapskunst

We eindigen Wenen in het Kunsthistorisches Museum (KHM) met de grootste Pieter Brueghel de Oude-verzameling ter wereld. Zij herbergen er twaalf van de 45 overgebleven werken. Naast ook Rubens, Vermeer, Rembrandt, Jordaens en Van Dyck. Alleen vertikken ze het er wel om bij de audioguides, naast een resem andere talen, het Nederlands aan te bieden. Dan wordt de Vlaamsgezinde rock ‘n’ roll-boy in mezelf een beetje boos. In Duitsland en Tsjechië is men wel zo beleefd. De Keizer-Koster blijft zijn onderdanen in het noorden irriteren, potvolkoffie (er stond eerst ‘miljaardedju’)!  We komen in het KHM nog een oude bekende tegen: Bernardo Bellotto, ook bekend als Canaletto. In Dresden gaf hij al ons een inkijk op het landschap. Nu krijgen we er, tijdelijke tentoonstelling, zijn visie op Venetië, Londen en Wenen bovenop. Straffe wandeling door de 18de eeuw. We fleuren op. Hansje en Grietje eindigen in het zonnige en zondige Wenen met een zwempartij, want morgen staan alweer 700 kilometers Autobahn op het programma. 

Migratie toen en nu

Afscheid nemen van Wenen doe je best zonder tranen, want anders wordt het een beetje belachelijk. Wenen in Wenen? Nein, danke. Mijn boek van Zweig loopt op zijn einde en opmerkelijk hoe iemand in 1943 haarfijn beschrijft hoe ellendig een mens op de vlucht het stelt en wat voor een absurde tijd- en geldrovende papierwinkel er we ervan gemaakt hebben sinds WOII. Zijn analyse lijkt gisteren geschreven. We fietsen Wenen uit en komen op de nabije heuvels in wijngaarden terecht. Met een keizerlijk Habsburgs zicht op de stad. Daar sluiten we af met een lekkere lokale frizzante rosé, heerlijke kaas en hesp vanuit het Weense Ommeland. Grussgot, lieve vlindertjes.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *